Begin bij één persoon
Kies eerst de outfit van degene die het lastigst te kleden is. Vaak is dat mama, omdat zij het minst vaak op de foto staat en het wél goed wil voelen. Kies iets waarin je je prettig beweegt: een jurk waarin je op de grond kunt zitten, een broek waarin je kunt hurken. Vanaf daar stem je de rest van het gezin af.
Kleuren die bij elkaar horen, niet hetzelfde zijn
Allemaal een witte blouse en een spijkerbroek is niet nodig, en het staat vaak stijver dan je wilt. Denk liever in een palet van drie of vier kleuren die bij elkaar passen. Zand, roomwit, oudroze, terracotta, mosgroen en zacht blauw werken bijna altijd, zeker in natuurlijk licht. Iedereen kiest uit dat palet, maar niemand hoeft hetzelfde aan.
Wat je beter thuislaat: felle neonkleuren, grote logo's en opdrukken, drukke strepen en ruitjes. Ze trekken de aandacht van de gezichten weg en laten zich lastig bewerken.
Denk aan de plek
Buiten in het bos of op het strand werken aardetinten en laagjes mooi. Thuis op de bank of in de kinderkamer mag het lichter en zachter, in de kleuren van je eigen interieur. Twijfel je tussen twee outfits? Stuur me gerust een foto van beide, dan kies ik met je mee.
Textuur maakt het verschil
Een gebreid vestje, een linnen jurk, een ribbroekje. Stoffen met structuur geven diepte aan een foto op een manier die effen katoen niet doet. Blote voetjes en handjes zijn trouwens altijd een goed idee bij kleine kinderen.
Voor de kinderen: comfort wint
Een kind dat zich niet fijn voelt in zijn kleding, laat dat zien. Niets nieuws aantrekken wat kriebelt of knelt, en geen schoenen die pijn doen. Neem een reserveset mee, want een kind valt in de modder op precies het moment dat je het niet verwacht.
En dan: loslaten
Als de basis klopt, zie je het niet meer terug in de foto's. Wat je wel ziet, is hoe jullie samen zijn. Dat is het enige waar ik echt op let.
Nog vragen over je outfit? Stuur me een berichtje, ik denk graag mee.